Voorstel tot verlaging griffierecht in WHOA-zaken

04-04-2025

De Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) stelt bedrijven die in financiële moeilijkheden verkeren in staat om hun schuldenlast te herstructureren. Op dit moment wordt voor een verzoek tot homologatie van een akkoord op grond van artikel 19a Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) het griffierecht geheven dat van toepassing is op zaken met een vordering of een verzoek van een waarde van meer dan € 100.000 en niet meer dan € 1.000.000. Dat komt neer op een bedrag van € 6.861 voor niet-natuurlijke personen of € 2.723 voor natuurlijke personen.

Stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders kunnen tot aan de dag van de zitting een verzoek indienen tot afwijzing van het homologatieverzoek. Daarvoor is een griffierecht verschuldigd, waarvan de hoogte wordt bepaald aan de hand van de hoogte van de vordering van de schuldeiser of de waarde van het belang in aandelen van de aandeelhouder die zich tegen het akkoord verzet. Hierdoor kan het griffierecht in WHOA-procedures flink oplopen. Dit kan schuldeisers met een relatief lage vordering belemmeren in hun keuze om zich tot de rechter te wenden. Op 18 maart 2025 werd daarom een wetsvoorstel ingediend om de griffierechten in WHOA-zaken te verlagen. Het doel hiervan is om WHOA-procedures toegankelijker te maken, met name voor schuldeisers en MKB-bedrijven. In dit artikel worden de belangrijkste wijzigingen uit het wetsvoorstel kort uiteengezet.

1.   Verzoek tot homologatie en afwijzing WHOA-akkoord

Allereerst wordt voorgesteld om het griffierecht dat wordt geheven bij verzoeken tot homologatie van een akkoord en bij verzoeken tot afwijzing van de homologatie van dit akkoord te verlagen naar de laagste categorie griffierechten bij de rechtbank. Dit is het griffierecht dat van toepassing is op andere zaken dan kantonzaken met betrekking tot vorderingen en verzoeken van onbepaalde waarde. Hierdoor worden de verschuldigde griffierechten verlaagd van € 2.723 naar € 331 voor natuurlijke personen en van € 6.861 naar € 714 voor niet-natuurlijke personen.

2.   Verrekening van griffierechten

Verder stelt de wetgever voor om artikel 11 lid 1 Wgbz van toepassing te verklaren op WHOA-zaken. Een schuldenaar kan in een WHOA-traject namelijk meerdere verzoeken indienen bij de rechtbank. Voor ieder verzoek is de schuldenaar dan opnieuw griffierecht verschuldigd. Het van toepassing verklaren van artikel 11 lid 1 Wgbz brengt met zich mee dat griffierechten niet langer kunnen opstapelen en een verzoeker het griffierecht kan verrekenen met het griffierecht dat reeds is voldaan in de dezelfde WHOA-zaak.

Hebt u vragen over de WHOA-procedure? Neem dan contact op met Davids Advocaten voor een (vrijblijvend) gesprek.