Insolad Jaarbundel 2024 “Dilemma’s van nu”

10-06-2024
Mark-Hendrik de Vries

Ter gelegenheid van het Insolad congres van 31 mei 2024 verscheen het Insolad jaarboek. Het thema van het congres en het jaarboek is “Dilemma’s van nu”. De 13 bijdragen beschrijven de dilemma’s van de betrokkenen bij faillissementen en herstructureringen: curatoren, crediteuren en advocaten/adviseurs. In dit artikel zal ik ingaan op het onderwerp rente over boedelschulden.

Probleem van rente over boedelschulden

Een voor curatoren en crediteuren actueel dilemma wordt beschreven door mr. T. Broer in de bijdrage “Geen aanspraak op rente over boedelschulden, wat moet de curator doen?”. Hierna  volgt een samenvatting van deze voor de praktijk interessante bijdrage.

Op 24 december 2021 wees de Hoge Raad het PaperlinX-arrest (HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1994, NJ 2022/49). Daarin overwoog de Hoge Raad dat rente over boedelvorderingen ook boedelvorderingen zijn. De praktijk is echter dat boedelschuldeisers wel hun boedelvordering kenbaar maken bij de curator, maar geen aanspraak maken op de rente over die boedelvordering. Het gaat bijvoorbeeld om verhuurders die een boedelvordering hebben voor de huur vanaf de faillietverklaring of om het UWV dat de loonbetalingsverplichting jegens werknemers overneemt, welk loon vanaf dat moment een boedelschuld is.

Boedelschulden zijn schulden die ontstaan bij de behandeling van een faillissement. Het zijn als het ware de kosten van een faillissement. Daarnaast zijn er faillissementsschulden: de schulden van de gefailleerde onderneming aan haar contractspartijen, zoals leveranciers, van vóór de faillietverklaring.

In veel faillissementen zullen en kunnen curatoren de boedelschulden niet op korte termijn betalen. Hij/zij moet eerst de activa te gelde maken/verkopen. Dat betekent dat de rente over die boedelschulden oploopt. Dat is problematisch. Boedelschulden gaan (als kosten van het faillissement) namelijk vóór faillissementsschulden. Pas als de boedelschulden volledig zijn voldaan, komt een curator toe aan uitdeling op de faillissementsschulden. In langlopende faillissementen leidt het oplopen van de rente tot hoge boedelschulden. Dit beperkt de uitdeling aan de faillissementsschuldeisers.

Die rente kan zelfs buitenproportioneel oplopen. Een bekend voorbeeld is het faillissement van Hoogevest Bouw B.V. De verhuurder had een boedelvordering uit hoofde van huur van € 20.000. Maar zij maakte aanspraak op de rente over die boedelvordering die in 13 jaar was opgelopen tot € 500.000. Er staat dan ook het een en ander op het spel.

Actieve houding curator? 

Wat is de situatie als de boedelschuldeiser niet expliciet aanspraak maakt op deze rente? Is de curator dan gehouden om op eigen initiatief die rente aanspraken vast te stellen en uit te keren? Dit is nog niet uitgemaakt in de rechtspraak. De auteur bespreekt deze vraag aan de hand van het algemene verbintenissenrecht en het insolventierecht.

Verbintenissenrecht

Het verbintenissenrecht geeft geen verplichting voor de curator om uit eigen beweging rente aanspraken van boedelschuldeisers vast te stellen en te voldoen. Het verbintenissenrecht verwacht namelijk een actieve houding van schuldeisers ten aanzien van het recht op betaling. Als een schuldeiser geen actie onderneemt, dan verjaren zijn/haar vorderingen. De aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid leidt evenmin tot de voornoemde actieve verplichting van de curator.

Insolventierecht

Ook op grond van het insolventierecht ziet de auteur geen actieve verplichting van de curator. Een curator behartigt de belangen van de gezamenlijke schuldeisers. Individuele belangen, zoals de belangen van een boedelschuldeiser bij rentebetaling, zijn daaraan ondergeschikt. Daarnaast volgt uit de rechtspraak een ruime mate van beleidsvrijheid voor de curator. De curator heeft daarom volgens de auteur de beleidsvrijheid om zelfstandig rentevorderingen wel of niet vast te stellen.

Een parallel met de bevoegdheid van de curator om uit eigen beweging faillissementsschulden op te nemen op de crediteurenlijst ontbreekt volgens de auteur voor boedelschulden. Verder ontbreken vanuit aansprakelijkheidsoogpunt gronden van aansprakelijkheid voor het geval een curator niet zelfstandig rente vorderingen vaststelt en uitbetaalt.

Ongelijkheid crediteuren

De auteur wijst tot slot op de ongelijkheid die PaperlinX heeft veroorzaakt tussen boedelschuldeisers en faillissementsschuldeisers. De rentevorderingen van faillissementsschuldeisers vanaf de faillietverklaring zijn op grond van artikel 128 Fw niet verifieerbaar. Daarentegen zijn de rentevorderingen van de boedelschuldeisers in beginsel ongelimiteerd. Dit leidt tot een wedloop tussen deze schuldeisers in het nadeel van de faillissementsschuldeisers, voor wie het faillissement nota bene is bedoeld. De auteur pleit dan ook voor toepassing van art. 128 Fw op boedelschulden.

Slot

Zoals zo vaak zal de praktijk (lees: de rechtspraak) een antwoord vinden op dit boeiende dilemma. Zo blijft het recht een levend instrument dat zich aanpast aan nieuwe uitdagingen.