Afkoelen onder de WHOA: niet zonder het juiste motief

22-05-2025

Een verzoek om een afkoelingsperiode onder de WHOA werd op 8 mei 2025 door de rechtbank Limburg afgewezen. De rechtbank kwam tot de conclusie dat de verzoeker de stand still period voor een ander doel wilde inzetten dan waarvoor deze is bedoeld. Wanneer is een afkoelingsverzoek kansrijk en wanneer is het gedoemd te mislukken? De recente uitspraak van de rechtbank Limburg biedt verhelderende inzichten.

Een (kansrijk) WHOA-traject kan worden belemmerd door crediteuren die hun verhaalsrechten uitoefenen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een faillissementsaanvraag door één van de crediteuren of het opeisen van goederen die noodzakelijk zijn voor het voortzetten van de onderneming van de schuldenaar gedurende het WHOA-traject. Dergelijke acties kunnen de slagingskansen van een crediteurenakkoord in het gedrang brengen of zelfs volledig tenietdoen.

Om dergelijke risico’s te voorkomen, biedt artikel 376 Faillissementswet een belangrijk instrument: de rechtbank kan op verzoek van de schuldenaar of een aangewezen herstructureringsdeskundige een afkoelingsperiode afkondigen. Deze mogelijkheid staat uitsluitend open voor schuldenaren die een startverklaring hebben gedeponeerd (artikel 370 lid 3 Faillissementswet). De afkoelingsperiode kan algemeen gelden tegenover alle schuldeisers of beperkt blijven tot specifieke schuldeisers. Tijdens deze afkoelingsperiode worden diverse verhaalsbevoegdheden van schuldeisers tijdelijk opgeschort.

Bij de beoordeling van een afkoelingsverzoek door de rechtbank dient summierlijk te blijken dat:

  1. de afkoelingsperiode noodzakelijk is om de onderneming tijdens (de voorbereiding van en de onderhandelingen gedurende) het WHOA-traject te kunnen blijven voortzetten;
  2. het redelijkerwijs aannemelijk is dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers hierbij zijn gediend; en
  3. dat de partijen die door de afkoelingsperiode worden geraakt niet wezenlijk in hun belangen worden geschaad.

Bovendien dient de schuldenaar – als er geen herstructureringsdeskundige is aangewezen – toe te zeggen dat het akkoord binnen twee maanden zal worden aangeboden, tenzij het akkoord reeds is aangeboden. Een dergelijke toezegging kan an sich voor de rechter voldoende zijn, hoewel rechtbanken in bepaalde gevallen ook de inhoud, haalbaarheid en aard van de toezegging kritisch onder de loep nemen.

De hierna te bespreken uitspraak van de rechtbank Limburg illustreert dat ook het daadwerkelijke doel waarvoor een afkoelingsperiode wordt verzocht door de rechtbank wordt getoetst.

Feiten

Het verzoek van 8 mei 2025 is ingediend door een onderneming in de sector verhuur van onroerend goed en het ontwikkelen van vastgoedprojecten. Enkele jaren geleden heeft verzoekster een koopovereenkomst gesloten voor de aankoop van commercieel vastgoed. Door verschillende omstandigheden werd de start van dit vastgoedproject aanzienlijk vertraagd, wat leidde tot afwijkingen van de oorspronkelijke planning en begroting.

Op grond van de koopovereenkomst diende verzoekster nog een bedrag van € 1.350.000,- te betalen aan de verkoper. De verkoper heeft aangegeven dat het niet tijdig betalen zal leiden tot beëindiging van de koopovereenkomst, waardoor i) de verkoper eigenaar wordt van het vastgoed, ii) het project wordt beëindigd, en iii) verzoekster een uitstaande lening aan een derde partij niet volledig kan terugbetalen. Dit zou kunnen leiden tot het faillissement van verzoekster.

Verzoekster heeft de Limburgse rechter verzocht een afkoelingsperiode te gelasten om meer tijd te krijgen voor onderhandelingen met de betrokken partijen. Deze onderhandelingen zouden volgens haar kunnen resulteren in een aflossing van de schulden waardoor een faillissement wordt voorkomen en het vastgoedproject wordt gecontinueerd.

Oordeel rechter

De WHOA-rechter maakte korte metten met dit verzoek. Volgens de rechtbank was er feitelijk geen sprake van een akkoordvoorbereiding zoals bedoeld in artikel 370 lid 1 Faillissementswet. Verzoekster had weliswaar verschillende oplossingen voor ogen – verkoop van activa of het aantrekken van nieuwe investeerders – met als doel volledige aflossing van schulden, maar dit kwalificeerde niet als een akkoord dat rechten van schuldeisers zou wijzigen of schulden zou herstructureren. Tijdens de zitting bleek daarnaast dat bij verzoekster geen concreet voornemen bestond om een akkoord aan te bieden.

Er werden bovendien geen voorbereidende handelingen verricht voor een akkoord, er was geen peildatum vastgesteld en er werd niet met schuldeisers onderhandeld over een mogelijk akkoord. In werkelijkheid zocht verzoekster slechts tijdelijk uitstel van betaling om in die periode naar een oplossing te zoeken, aldus de rechtbank Limburg.

Daarnaast merkte de rechtbank op dat de verkoper tijdens de mondelinge behandeling had gesteld dat de ontbindende voorwaarde uit de koopovereenkomst al was ingeroepen. In voorkomend geval zou één van de door verzoekster voorgedragen oplossingen onuitvoerbaar zijn geworden, aangezien een afkoelingsperiode geen effect heeft op een reeds ontbonden koopovereenkomst. De gestelde noodzaak voor een afkoelingsperiode kwam hiermee verder op losse schroeven te staan, hetgeen een extra reden was voor afwijzing van het verzoek.

Conclusie

In deze uitspraak wordt bevestigd dat de intentie van verzoekster om daadwerkelijk een WHOA-akkoord te bewerkstelligen, bepalend is voor de toe- of afwijzing van een verzoek om een afkoelingsperiode onder de WHOA. In de besproken Limburgse zaak concludeerde de rechtbank al snel dat er van een WHOA-traject feitelijk geen sprake was en verzoekster daarom geen gebruik kon maken van een afkoelingsperiode. Verzoekster had haar toevlucht moeten zoeken tot de voor haar situatie geëigende routes en volgens de rechtbank was dat niet de WHOA.

Concluderend: een afkoelingsperiode onder de WHOA is uitsluitend beschikbaar binnen een legitiem herstructureringstraject waarbij verzoekster daadwerkelijk een akkoord voorbereidt dat de rechten van schuldeisers (en aandeelhouders) wijzigt. Indien de verzochte afkoelingsperiode slechts dient om betalingen uit te stellen of uitsluitend het pareren van verhaalsacties door crediteuren, loopt men het risico dat de rechter het afkoelingsverzoek van tafel veegt.

Bent u een ondernemer en overweegt u een WHOA-traject? Neem dan vrijblijvend telefonisch contact op met Davids Advocaten. Zie voor nadere informatie over de WHOA-procedure: WHOA – Davids Advocaten (davidslaw.nl).